Toediening oxytocine trekt productie van dat knuffelhormoon op gang

Wie een tijd lang oxytocine, ook wel het ’knuffelhormoon’ genoemd, inspuit via de neus maakt nadien zelf meer oxytocine aan. Onderzoekers van de KU Leuven konden dit effect vaststellen bij mensen met autisme. Een maand na de behandeling vertoonden zij nog steeds hogere oxytocineniveaus in het speeksel. De resultaten werden gepubliceerd in het tijdschrift European Neuropsychopharmacology.

Dat de toediening van oxytocine een invloed heeft op het gedrag van mensen met autisme, stelden professor Kaat Alaerts en haar collega’s al in een eerdere studie vast. Nu vonden ze het bewijs voor deze gedragsverandering: hun oxytocineniveaus waren verhoogd. "We zijn gaan kijken naar de effecten van het zogenaamde ’knuffelhormoon’ bij 40 volwassen mannen met autisme," licht professor Alaerts toe. "Bij de start van het onderzoek namen we bij elk van hen een speekselstaal af om hun individuele oxytocineniveau te kunnen vaststellen, een nulmeting. Nadien kreeg de testgroep een maand lang dagelijks oxytocine toegediend via een neusspray, de controlegroep kreeg een placebo." Vierentwintig uur na de laatste toediening werd opnieuw een speekselstaal afgenomen, vier weken later opnieuw. 


Positieve spiraal

Uit analyse van deze speekselstalen blijkt nu dat mensen die gedurende vier weken oxytocine toegediend krijgen, tot een maand na de behandeling nog steeds hogere hoeveelheden van het hormoon in het lichaam hebben. "Dit kan onmogelijk nog een restant zijn van de extern toegediende dosissen en werd dus aangemaakt door hun lichaam zelf", stelt professor Alaerts. Zij ziet ook meteen een verklaring: "Oxytocine zorgt ervoor dat we ons socialer gedragen. Sociaal contact zorgt er op zijn beurt voor dat het lichaam extra oxytocine aanmaakt, wat er dan weer voor kan zorgen dat we ons socialer gaan gedragen enzoverder." 

Oxytocine zorgt ervoor dat we ons socialer gedragen. Sociaal contact zorgt er op zijn beurt voor dat het lichaam extra oxytocine aanmaakt, wat er dan weer voor kan zorgen dat we ons socialer gaan gedragen enzoverder.

 "De resultaten die we vandaag voorstellen, zijn het gevolg van een eerste pilootstudie. Er is nog heel wat bijkomend onderzoek nodig vooraleer oxytocine gangbaar kan zijn voor de behandeling van sociale problemen of hechtingsproblematiek" zegt professor Alaerts. 


Vervolgstudie in de stijgers

Een eerste vervolgstudie staat al in de stijgers. Het team van professor Alaerts werkt momenteel aan een studie naar de effecten van oxytocine bij kinderen met autisme tussen 8 en 12 jaar. Daarnaast zijn er plannen voor een gelijkaardige studie op grotere schaal om de effecten van het knuffelhormoon bij nog meer mensen te kunnen aantonen, bijvoorbeeld bij kinderen waarbij naast autisme ook een verstandelijke beperking voorkomt. 

Dit onderzoek gebeurde in samenwerking met professor Jean Steyaert, hoofd van het Leuven Autisme Research Consortium (LAuRes) en werd mogelijk gemaakt dankzij financiering van het Branco Weiss Fellowship (ETH Zürich), de Stichting Marguerite-Marie Delacroix en het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.

De resultaten werden gepubliceerd in het tijdschrift European Neuropsychopharmacology, Alaerts K., Steyaert J., Vanaudenaerde B., Wenderoth N, Bernaerts S (2020), Changes in endogenous oxytocin levels after intranasal oxytocin treatment in adult men with autism: An exploratory study with long-term follow-up.


This site uses cookies and analysis tools to improve the usability of the site. More information. |