Niet-Belgische gedetineerden kunnen onvoldoende deelnemen aan gevangenisactiviteiten

In 2018 had bijna 45% van de Belgische gevangenispopulatie een niet-Belgische nationaliteit. Ondanks dit hoge aantal is er weinig bekend over deze groep. Zij worden, bijvoorbeeld omwille van taal, vaak uitgesloten van onderzoek. Het doctoraatsonderzoek van Flore Croux vanuit de Agogische Wetenschappen aan de VUB en de Orthopedagogiek aan de UGent toont aan dat: “Niet-Belgische gedetineerden zeer gemotiveerd zijn om deel te nemen aan gevangenisactiviteiten zoals arbeid, beroepsopleidingen, bibliotheek, onderwijs of sport, maar de gevangenisomgeving blijkt te weinig aangepast te zijn aan hun noden, bijvoorbeeld op het vlak van taal. Om hieraan tegemoet te komen, ondersteunen gedetineerden elkaar heel vaak, ook wel bekend als peer ondersteuning. Door die peer ondersteuning kunnen niet-Belgische gedetineerden de drempels overwinnen die zij ervaren om toegang te krijgen tot activiteiten en moeilijkheden tijdens participatie oplossen.’

Croux voerde een literatuurstudie uit en interviewde 66 niet-Belgische gedetineerden uit zes gevangenissen over hun ervaringen en noden op vlak van participatie. De interviews zoomden in op zowel positieve als negatieve ervaringen over gevangenisactiviteiten. In het onderzoek werden niet-Belgische gedetineerden geÔnterviewd in 12 verschillende talen (vb. Albanees, Arabisch, Engels, Frans, Roemeens, Russisch). Personen met 35 verschillende nationaliteiten kwamen aan bod (vb. Albanezen, Colombianen, Egyptenaren, Marokkanen, Nederlanders, Roemenen).

Wie zijn niet-Belgische gedetineerden?

Data uit de SIDIS Suite database, de nationale databank met gegevens over de gevangenispopulatie, toont aan dat in 2018 55,4% van de gedetineerden een Belgische nationaliteit had en 44,6% een niet-Belgische nationaliteit. 44,2% van de niet-Belgische gedetineerden had een Europese nationaliteit, 42,5% een Afrikaanse natonaliteit en 10,5% een Aziatische nationaliteit. Niet-Belgische gedetineerden verblijven vaker in voorlopige hechtenis (46,7%) dan Belgische gedetineerden (29,1%). Belgische gedetineerden zijn vaker veroordeeld (62,9%) in vergelijking met niet-Belgische gedetineerden (49,6%).

Niet-Belgische gedetineerden zeer gemotiveerd

Niet-Belgische gedetineerden nemen deel aan gevangenisactiviteiten om meer sociaal contact te hebben binnen en buiten de gevangenismuren, om bij te leren of om hun beroepsmogelijkheden na detentie te vergroten. Niet-Belgische gedetineerden vinden gemakkelijker toegang tot de bibliotheek, sportactiviteiten en de wandeling doordat in deze activiteiten taal een minder belangrijke rol speelt. Tot onderwijsopleidingen en beroepsopleidingen, maar ook tot werk in de gevangenis vinden niet-Belgische gedetineerden minder vaak toegang, hoewel zij hieraan wel graag ťn meer zouden willen deelnemen. Het zijn vooral organisatorische drempels die hen belemmeren, zoals de taalbarriŤre en een gebrek aan informatie. Eenmaal niet-Belgische gedetineerden deelnemen, waarderen zij het contact met de activiteitenaanbieders en de gemengde groepssamenstelling in gevangenisactiviteiten.

Croux sluit af met enkele aanbevelingen: “Gevangenissen leggen in belangrijke mate op hoe, met wie, wanneer, en aan wat gedetineerden kunnen deelnemen. Beleid en praktijk zouden meer kunnen inzetten op het creŽren van een positief participatieklimaat.
Een positief participatieklimaat vertrekt vanuit de sterktes, talenten en verantwoordelijkheden van gedetineerden. Om een positief participatieklimaat te realiseren kunnen niet-Belgische gedetineerden actief betrokken worden bij het activiteitenaanbod of kan meer werk worden gemaakt van peer ondersteuning. Verder zou beleid en praktijk meer rekening kunnen houden met de participatienoden van niet-Belgische gedetineerden door in te zetten op afstandsonderwijs uit het thuisland of activiteiten aan te bieden in andere talen dan het Nederlands. Dergelijke activiteiten komen hun re-integratie ten goede.’

Dit doctoraatsonderzoek maakt deel uit van het vierjarig onderzoeksproject “Foreigners Involvement and Participation in Prison? (FIP2). Dit onderzoeksproject is een samenwerking tussen de onderzoeksgroep ‘Participatie en Leren in Detentie’ van de Vrije Universiteit Brussel (prof. Liesbeth De Donder & prof. Dorien Brosens) en de Universiteit Gent (prof. Stijn Vandevelde), en wordt ondersteund door Avans Hogeschool (Dr. Bart Claes). Het FIP2-project wordt gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO).

Link naar publicaties: cris.vub.be/en/perso­ns/flore-croux(43878a7c-fa33-459c-b5aa-af5190bd6388)/publications.html

Achtergrondinformatie

Dit kwalitatief onderzoek bouwt voort op eerder kwantitatief onderzoek binnen de onderzoeksgroep ‘Participatie en Leren in Detentie’ van de Vrije Universiteit Brussel. Enkele cijfergegevens uit voorgaand kwantitatief onderzoek:

Het behoefteonderzoek in de gevangenis van Antwerpen (2013) toont aan dat niet-Belgische gedetineerden voornamelijk deelnemen aan sportactiviteiten en de bibliotheek. 44,3% van de niet-Belgen sport en 36,7% van de Belgen. Belgen en gedetineerden met een niet-Belgische nationaliteit participeren in gelijke mate aan de bibliotheek.

Uit het Europees FORINER-project (2016-2017) blijkt dat buitenlandse gedetineerden minder mogelijkheden hebben tot het volgen van formele educatie in de gevangenis dan nationale gedetineerden. Bijvoorbeeld: Bijna 80% van de bevraagde gevangenissen bood basisonderwijs aan de nationale gedetineerdenpopulatie en 47,8% aan buitenlandse gedetineerden. 52,2% van de gevangenissen hadden een aanbod beroepsopleidingen voor nationale gedetineerden tegenover 34,4% voor buitenlandse gedetineerden. Als er onderwijs voorzien wordt voor buitenlandse gedetineerden is dit vooral om de taal van het land van detentie te leren.

Lies Feron Persrelaties Vrije Universiteit Brussel

De Vrije Universiteit Brussel is een internationaal georiŽnteerde universiteit in Brussel, het hart van Europa. Door het afleveren van hoogstaand onderzoek en onderwijs op maat, wil de VUB een actieve en geŽngageerde bijdrage leveren tot een betere maatschappij.

De Wereld Heeft Je Nodig

De Vrije Universiteit Brussel neemt haar wetenschappelijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid met liefde en daadkracht op. De VUB lanceerde daarom het platform -De Wereld Heeft Je Nodig-. Hier worden rond zes P -s ideeŽn en acties samengebracht, opgestart en uitgebouwd. De eerste P staat voor People , want daar draait alles om: mensen gelijke kansen geven, welvaart, welzijn, respect. Peace staat voor het bestrijden van klein en groot onrecht in de wereld. Prosperity gaat armoede en ongelijkheid te lijf. Planet staat voor acties rond biodiversiteit, klimaat, luchtkwaliteit, dierenrechten... Met Partnership zoekt de VUB samenwerkingen om de wereld een betere plaats te maken. De zesde en laatste P is van Poincarť , de Franse filosoof Henri Poincarť aan wie de VUB haar leuze ontleent, dat het denken zich aan niets mag onderwerpen, behalve aan de feiten zelf. De VUB is een ’urban engaged university-, sterk verankerd in Brussel en Europa en werkend volgens de principes vrij onderzoek. www.vub.be/dewereldheeftjenodig

Deze site is beschermd door hCaptcha en het Privacybeleid en Gebruiksvoorwaarden zijn van toepassing.

Press - Vrije Universiteit Brussel
Pleinlaan 2
1050 Brussel


This site uses cookies and analysis tools to improve the usability of the site. More information. |